Beginpagina > Ingrediënten > Kruiden > Specerijen > Karwij [Carum carvi]
Karwij [Carum carvi]
zaterdag 15 mei 2004, door
Karwij is al heel lang bekend, zowel als keuken kruid, als om zijn medicinale toepassingen. Zelfs in het neolithicum werd deze plant al gegeten. Karwij is inheems in Europa, de Kaukasus en centraal-Azië, maar ondertussen over zowat alle continenten verspreid.

- Karwij
Het is een tweejarige plant die tot één meter hoog wordt. In het wild is de plant niet kieskeurig wat standplaats betreft; je vindt ze dan ook in allerlei landschappen. Bloeit in mei of juni met schermen van hele kleine witte bloempjes. de zaden rijpen laat juli tot begin september. De zaden geven een sterk aroma af als je ze tussen je vingers wrijft.
Je gebruikt vooral de langwerpige bruine zaadjes, want de plant is vers zeldzaam in de handel. De zaadjes gebruik je voor gebak, brood en aardappelen, maar ook in zuurkool, bij eend of varkensvlees zijn ze erg lekker. Ze worden ook bij de inmaak en in likeur gebruikt.
Verse gehakte blaadjes kan je gebruiken bij soepen, slaatjes, of om over groenten te strooien. Bij kool, gebraden vlees en zelfs cake kan je zowel blaadjes als zaadjes gebruiken. Gebruik alleen jonge blaadjes, net als bij kervel en kneus de zaadjes of wrijf ze fijn in de mortier.
Karwij stimuleert de spijsvertering en vermindert winderigheid. Het zou ook helpen tegen darmparasieten.
Deze plant bevat etherische olie (3 tot 7%) met als hoofbestanddelen de terpenen carvon (bestrijdt winderigheid) en limoneem. Hierdoor is het beter er niet mee te overdrijven tijdens de zwangerschap. De zaadjes bevatten ook nog tannine, eiwitten, vet, suikers en flavonoïden. De blaadjes bevatten vitamine C en caroteen.