Beginpagina > Recepten > Hoofdgerechten > Mosterdgebraad

Mosterdgebraad

zaterdag 19 november 2005, door wim

Varkensgebraad wordt nauwelijks nog klaargemaakt in Vlaanderen. Terwijl het vroeger één van de mooiste stukken vlees was die op tafel kwamen, is het nu in het verdomhoekje geraakt.

Het argument dat het veel vlees is voor een doordeweekse maaltijd klopt eigenlijk maar ten dele. De overschot is namelijk koud ook heel lekker en kan je eventueel zelfs tussen je boterham leggen in plaats van het obligate stukje industrieham.


Ingrediënten


- Een varkensgebraad van ruim één kg, liefst van de hesp
- 250 g (een half potje) gewone gele Dijon mosterd
- 100 g honing
- 120 g boter
- 75 ml witte wijazijn
- Versgemalen witte peper en zout naar smaak

Voorbereiding

Droog het vlees indien nodig. Bestrooi met heel veel versgemalen witte peper en ruim zout. Masseer het aan alle kanten in. Laat een uurtje op een schotel opdrogen in de koelkast. Meng een half potje mosterd met een derde hoeveelheid honing. Roer dat onder mekaar tot het mooi verdeeld is. Bestrijk hiermee het gebraad en masseer het weer grondig in. Plaats terug op een schotel een nacht in de koelkast.

Bereiding

Verwarm de oven voor op 180 graden celsius.

Laat ondertussen een pan goed heet worden, doe de boter erin en braad het vlees aan alle kanten mooi bruin en dicht. Vermijd in het vlees te prikken. Gebruik liever een paar (houten) lepels of een tang om het te keren.

Doe de pan in de oven en laat een half uur aan 180 graden bakken.

Neem dan de schaal uit de oven, bedruip het vlees een paar maal met braadjus en plaats terug in de oven, die nu wat lager mag. Zo’n 160 graden is prima. Laat nog een dertigtal minuten staan.

Je controleert of het vlees gaar is door er met een breinaald of iets dergelijks in te prikken. Is de punt van de naald warm, net niet meer aan te raken met je tong, dan is het gaar.

Je laat het vlees opzij op de plank, afgedekt met een stuk alufolie minstens vijftien minuten rusten. Dat geeft de sappen, die naar het midden getrokken zijn, tijd om zich terug in het vlees te verspreiden.

De braadslede of pan van het vlees deglaceer je gewoon met wat witte wijnazijn. Even laten inkoken, eventueel nog wat bijkruiden en klaar.

Je snijd het vlees in niet te dunne plakken, die je bedruipt met de braadjus, die echt niet meer franje hoeft.

Dit artikel beantwoorden