Beginpagina > Ingrediënten > Vruchten > Fruit > Stranddruif, zusterdruif, zeedruif [Coccoloba uvifera]
Stranddruif, zusterdruif, zeedruif [Coccoloba uvifera]
donderdag 8 november 2007, door
De stranddruif komt voor aan de kusten van de Caraïben, Peru en Brazilië tot in Florida. Ook in Suriname kent men deze vrucht. In Hawaï is de soort verwilderd en op de Filippijnen wordt hij gekweekt. Deze struikachtige boom, die tot 10 m hoog wordt, heeft grote ronde of soms niervormige dik-leerachtige bladeren. Hij kan goed tegen een zoute bodem en groeit dus ook wel eens vlakbij de kust. Bij de bladsteel wordt de twijg door een vliezig kokertje omsloten. De bloemen zijn roomwit en hebben geen aparte kroon- en kelkbladeren.

De rode vruchten lijken op een druif en zijn eetbaar. Ze zijn tot 2 cm groot en groeien in trossen van enkele tientallen stuks, net als de gewone druif. In tegenstelling tot de gewone druif, rijpen de vruchten niet allemaal tegelijk en hebben ze één grote pit. Daardoor is deze boom niet interessant voor commerciële teelt, want elke bes moet apart geplukt worden. De smaak is eerder zoetzuur. Plaatselijk wordt er compote, jam, gelei en sap van gemaakt. In de Caraïben wordt er ook wijn van gemaakt.

In België heb ik ze nog nooit in de handel geweten, maar in Nederland kan je ze heel soms kopen in steden waar een grote Surinaamse gemeenschap is.
De bast van de boom wordt gebruikt bij de behandeling van keelpijn, de wortel tegen dysenterie. Zeedruif is niet geschikt voor zwangere vrouwen.